Wanneer je niet kan praten, is het moeilijker om je taal te ontwikkelen. Taal is nodig om te leren lezen en schrijven. Als je aan de slag gaat met een communicatiehulpmiddel, ontwikkel je taal op een andere manier.
De LOeS-werkwijze is een Lees Ontwikkeling en Spelling werkwijze om leerlingen die niet of nauwelijks spreken en gebruik maken van ondersteunde communicatie te leren lezen en schrijven.
Meer informatie: loeswerkwijze.nl
De LOeS-werkwijze, hoe werkt dat?
Het is een werkwijze die je toepast binnen de leesfase van je leerling en waarbij je gebruikmaakt van het materiaal van de leesmethode van de school van je leerling.
Volgens een vaste procedure worden vier deelvaardigheden geoefend:
- Het automatisch herkennen van het doelwoord
- Het woord analyseren in klankgebaren
- Het decoderen
- Het spellen van het doelwoord
Je kiest de doelwoorden die je wil trainen zorgvuldig uit de specifieke leesmethode. Per doelwoord worden drie fonologische afleiders gekozen. Dat zijn woorden die er qua klank hard op lijken. Bijvoorbeeld bij het doelwoord 'mis', kunnen de afleiders 'vis', 'mes' en 'mik' zijn.
Alle doelwoorden worden geïntroduceerd aan de hand van:
- Een prent
- Een verhaal
- Het verbaal aanbieden van de doelwoorden waarbij het doelwoord schriftelijk zichtbaar is.
Nadat de doelwoorden allemaal aan bod zijn gekomen in de introductie, worden de vier deelvaardigheden per doelwoord geoefend. Je gaat van weinig naar steeds meer aanwijzingen om erachter te komen hoeveel hulp er minstens nodig is om tot het juiste antwoord te komen. Voor elke deelvaardigheid staat stapsgewijs beschreven hoe je hulp moet geven. Die hulp wordt geleidelijk aan afgebouwd.
Wat leer je in deze cursus?
Tijdens de eerste cursusdag krijg je de theorie en maak je kennis met de LOeS-werkwijze. Met e-learning kan je dan die kennis gebruiken om de verschillende stappen van de werkwijze te doorgronden. Je kan zo ook de werkwijze vormgeven met jouw leerlingen en hun leesmethode in je achterhoofd.
Tijdens de eerste onlineavond leer je hoe je metingen moet uitvoeren en gaan we dieper in op de materialen die in de scholen gebruikt worden.
Je gaat ook echt in de praktijk aan de slag met een leerling of een groepje leerlingen uit de doelgroep. Dat doe je minimaal twee keer 30 minuten per week (individueel of in een groep) gedurende de cursus. De docent begeleidt elke cursist tijdens de cursus en geeft persoonlijke feedback op alle opdrachten uit de e-learning.
Tijdens de tweede onlineavond leer je aanpassingen en variaties te maken op de bestaande materialen en op basis van de problemen waar je in de praktijk tegenaan bent gelopen.
Tijdens de tweede cursusdag worden de ervaringen van de cursisten besproken aan de hand van een eigen presentatie en videomateriaal. We verdiepen ons in de werkwijze.
Na de cursus krijg je een certificaat wanneer je aan de eisen voldoet: je hebt deelgenomen aan de cursusdagen- en avonden, hebt de e-learning gevolgd, hebt de opdrachten gemaakt en hebt een voldoende gehaald op je praktijkopdracht. De cursus is in Nederland geaccrediteerd voor logopedisten (ADAP 30 punten).